Collegiale uitleen valt in de meeste gevallen niet onder de Wtta (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten). De wet richt zich op commerciële terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, terwijl collegiale uitleen een tijdelijke, niet-commerciële constructie is tussen twee bedrijven. Er zijn wel situaties waarin collegiale uitleen alsnog als uitzenden wordt aangemerkt, en dan gelden er andere regels. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over collegiale uitleen en de Wtta.
Wat is collegiale uitleen precies?
Collegiale uitleen is een tijdelijke regeling waarbij een werkgever een eigen medewerker uitleent aan een ander bedrijf, zonder dat dit commercieel van aard is. De medewerker blijft in dienst bij de oorspronkelijke werkgever, die ook het loon blijft betalen. Het inlenende bedrijf vergoedt de kosten, maar er wordt geen winst gemaakt op de uitleen.
De constructie wordt vaak gebruikt binnen concerns of samenwerkingsverbanden, bijvoorbeeld als een bedrijf tijdelijk minder werk heeft en een collega-bedrijf juist extra handen nodig heeft. Denk aan twee technische bedrijven die samenwerken en elkaars mensen tijdelijk inzetten bij piekdrukte of projecten. Het gaat dus om een praktische, kortetermijnoplossing tussen partijen die al een bestaande relatie hebben.
Een belangrijk kenmerk van collegiale uitleen is dat de uitlenende werkgever geen winstopslag mag rekenen. Zodra er meer in rekening wordt gebracht dan de werkelijke loonkosten, inclusief bijkomende kosten zoals sociale lasten en pensioenpremies, verliest de constructie zijn karakter als collegiale uitleen.
Wat regelt de Wtta en voor wie geldt ze?
De Wtta regelt de toelating van bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen aan derden. Vanaf 2027 moeten uitzendbureaus, detacheringsbedrijven en payrollbedrijven een officiële toelating hebben om legaal arbeidskrachten te mogen uitlenen. Zonder die toelating mogen opdrachtgevers hen niet meer inschakelen.
De wet geldt voor iedereen die bedrijfsmatig arbeidskrachten ter beschikking stelt. Dat betekent: structureel, met een commercieel oogmerk, en als kernactiviteit of een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering. De handhaving van de Wtta richt zich dan ook primair op partijen die uitzenden, detacheren of payrolling aanbieden als dienst.
Bedrijven die vallen onder de Wtta moeten zich aanmelden bij het toelatingsregister. De Wtta-aanmeldplicht geldt voor alle organisaties die arbeidskrachten uitlenen in de zin van de wet. Wie niet is ingeschreven maar wel arbeidskrachten ter beschikking stelt, riskeert boetes en is niet langer inzetbaar voor opdrachtgevers die hun zorgplicht serieus nemen.
Valt collegiale uitleen onder de Wtta?
Nee, collegiale uitleen valt in beginsel niet onder de Wtta. De wet richt zich op het bedrijfsmatig ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Collegiale uitleen is per definitie niet bedrijfsmatig: er is geen winstoogmerk, het is tijdelijk van aard, en het is geen kernactiviteit van de uitlenende partij.
De Wtta-checklist die toezichthouders hanteren, kijkt naar een combinatie van factoren: is de uitleen structureel, is er sprake van een commercieel belang, en is het ter beschikking stellen van personeel een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsactiviteiten? Bij echte collegiale uitleen scoort een bedrijf op geen van deze punten positief.
Dat neemt niet weg dat je als bedrijf wel goed moet kunnen aantonen dat de uitleen voldoet aan de voorwaarden. Zorg dus altijd voor een schriftelijke overeenkomst, een duidelijke kostenverrekening zonder winstopslag, en een tijdelijke en uitzonderlijke basis voor de samenwerking.
Wanneer wordt collegiale uitleen toch als uitzenden beschouwd?
Collegiale uitleen wordt als uitzenden beschouwd op het moment dat er sprake is van een structureel patroon, een winstopslag op de loonkosten, of wanneer het uitlenen van personeel een vaste activiteit wordt binnen de bedrijfsvoering. In die gevallen valt de constructie alsnog onder de Wtta-regelgeving voor de uitzendbranche.
Concrete situaties waarbij de grens wordt overschreden:
- Je leent medewerkers uit aan meerdere bedrijven tegelijk, ook buiten een bestaand samenwerkingsverband
- Je brengt meer in rekening dan de werkelijke loon- en bijkomende kosten
- De uitleen herhaalt zich zo regelmatig dat het een structureel karakter krijgt
- Het uitlenen van personeel wordt een apart verdienmodel of dienst
De Belastingdienst en de Inspectie SZW kijken bij handhaving naar de feitelijke situatie, niet alleen naar hoe je de constructie noemt. Een “collegiale uitleen” die in de praktijk neerkomt op commercieel uitzenden, wordt ook als zodanig behandeld.
Welke verplichtingen gelden er bij collegiale uitleen?
Bij collegiale uitleen gelden er geen verplichtingen vanuit de Wtta, maar dat betekent niet dat er helemaal geen regels zijn. De medewerker blijft in dienst bij de oorspronkelijke werkgever, dus die werkgever blijft verantwoordelijk voor het loon, de arbeidsomstandigheden en de naleving van de cao.
Praktische verplichtingen die je wel moet naleven:
- Stel een schriftelijke uitleenovereenkomst op tussen de twee bedrijven
- Zorg dat de medewerker instemt met de tijdelijke uitleen
- Verifieer of de cao van de uitlenende werkgever dit toestaat
- Leg de kostenverrekening vast, zodat er geen discussie ontstaat over winstopslag
- Zorg dat de inlenende partij voldoet aan de arbo-verplichtingen op de werkplek
De inlenende partij heeft een zorgplicht voor veilige werkomstandigheden. Die verantwoordelijkheid verdwijnt niet omdat de medewerker formeel bij een ander bedrijf in dienst is.
Hoe verschilt collegiale uitleen van payrolling en detachering?
Het belangrijkste verschil is het juridisch werkgeverschap en het commerciële karakter. Bij payrolling en detachering is er altijd een derde partij die het juridisch werkgeverschap op zich neemt en daar een vergoeding voor ontvangt. Bij collegiale uitleen blijft de oorspronkelijke werkgever volledig verantwoordelijk en is er geen commercieel belang.
Een overzicht van de belangrijkste verschillen:
- Collegiale uitleen: geen winstoogmerk, tijdelijk, werkgever blijft dezelfde, geen toelating nodig
- Payrolling: payrollbedrijf is juridisch werkgever, opdrachtgever stuurt het werk aan, commerciële dienst, valt onder Wtta 2027
- Detachering: detacheringsbureau is juridisch werkgever of plaatst eigen medewerkers, commercieel van aard, valt ook onder de Wtta
Voor payrolling en detachering geldt de Wtta-aanmeldplicht volledig. Bedrijven die deze diensten aanbieden moeten voor 2027 een toelating hebben en staan in het openbare toelatingsregister. Opdrachtgevers zijn verplicht te controleren of hun leverancier is toegelaten, anders riskeren zij ook een boete.
Twijfel je of jouw situatie als collegiale uitleen kwalificeert, of wil je weten wat de Wtta voor jouw organisatie betekent? Bij ons, HYTY backoffice diensten, helpen we intermediairs en opdrachtgevers met de juiste administratieve en juridische opzet. Wil je dit concreet bespreken? Neem contact op en we kijken samen wat er nodig is.
Frequently Asked Questions
Moet ik de medewerker schriftelijk toestemming vragen voordat ik hem of haar uitleen via collegiale uitleen?
Ja, het is sterk aan te raden om de medewerker schriftelijk te laten instemmen met de tijdelijke uitleen. Hoewel de wet dit niet in alle gevallen expliciet verplicht, kan een werkgever een medewerker in principe niet zomaar eenzijdig elders te werk stellen. Controleer ook altijd de arbeidsovereenkomst en de toepasselijke cao, want daarin kunnen specifieke bepalingen staan over het uitlenen van personeel.
Hoe lang mag collegiale uitleen duren voordat het als structureel wordt beschouwd?
Er is geen wettelijk vastgestelde maximumduur voor collegiale uitleen, maar hoe langer en vaker de uitleen plaatsvindt, hoe groter het risico dat toezichthouders het als structureel en dus bedrijfsmatig bestempelen. Als vuistregel geldt: collegiale uitleen is bedoeld als tijdelijke, uitzonderlijke maatregel, niet als een terugkerend patroon. Leg bij elke uitleen de specifieke aanleiding vast en zorg dat de overeenkomst een duidelijke einddatum bevat.
Wat moet er minimaal in een uitleenovereenkomst staan bij collegiale uitleen?
Een goede uitleenovereenkomst bevat in ieder geval de namen van beide bedrijven, de gegevens van de uit te lenen medewerker, de duur en het doel van de uitleen, en een heldere kostenverrekeningsmethode zonder winstopslag. Daarnaast is het verstandig om afspraken op te nemen over aansprakelijkheid, arbeidsomstandigheden en wie verantwoordelijk is bij ziekte of een arbeidsongeval. Een goed gedocumenteerde overeenkomst is je belangrijkste bewijs dat de constructie geen commercieel karakter heeft.
Wat gebeurt er als de Belastingdienst of Inspectie SZW onze collegiale uitleen toch als uitzenden bestempelt?
Als de feitelijke situatie als commerciële terbeschikkingstelling wordt aangemerkt, kan dit leiden tot naheffingen, boetes en correcties met terugwerkende kracht. Bovendien kan de inlenende partij aansprakelijk worden gesteld als zij geen toelating heeft gecontroleerd bij de uitlenende partij. Het is daarom essentieel om de constructie vanaf het begin correct in te richten en goed te documenteren, zodat je bij een eventuele controle kunt aantonen dat er geen sprake is van bedrijfsmatig uitzenden.
Kan ik als ZZP'er of eenmanszaak ook gebruikmaken van collegiale uitleen?
Collegiale uitleen is in de praktijk voorbehouden aan situaties waarbij een werkgever een werknemer met een arbeidsovereenkomst tijdelijk elders inzet. Een ZZP'er heeft geen personeel in dienst en kan zichzelf niet uitlenen via deze constructie; dat valt onder opdrachtverlening of inhuur. Als je als eenmanszaak wél personeel in dienst hebt, gelden dezelfde voorwaarden als voor andere werkgevers.
Geldt de Wtta-aanmeldplicht ook voor concerns die intern personeel uitwisselen tussen dochterondernemingen?
Interne uitwisseling van personeel binnen een concern valt in de meeste gevallen ook buiten de Wtta, mits er geen sprake is van een commercieel oogmerk en de uitleen incidenteel van aard is. Toch is het verstandig om ook binnen concernverband een schriftelijke overeenkomst op te stellen en de kostenverrekening transparant te houden. Bij twijfel over de specifieke situatie binnen jouw concern is juridisch advies aan te raden, omdat de feitelijke invulling bepalend is voor de kwalificatie.
Moet de inlenende partij iets regelen voor de arbo-verplichtingen van de uitgeleende medewerker?
Ja, de inlenende partij is verantwoordelijk voor veilige en gezonde werkomstandigheden op de eigen werkplek, ook voor uitgeleende medewerkers. Dit omvat onder andere een veilige werkplek, de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en een geldige RI&E (Risico-inventarisatie en -evaluatie). De formele werkgeversverantwoordelijkheid blijft bij de uitlenende partij, maar de zorgplicht op de werkvloer ligt bij degene die de medewerker feitelijk aanstuurt.
Related Articles
- Hoe train je medewerkers op de nieuwe WTTA regels?
- Hoe stap je over naar een andere salarisverwerking provider?
- Wat is het verschil tussen loonadministratie en personeelsadministratie?
- Hoe zorg je voor soepele overgang naar nieuwe backoffice partner?
- Hoe flexibel zijn backoffice contracten voor intermediairs?
- Hoe pas je de ET-regeling toe in salarisverwerking?
- Welke software wordt gebruikt voor loonadministratie?
- Hoe leg ik het fasensysteem uit aan werkzoekenden?


